GenderID.nl

Een geloof · geen feit · kritisch bekeken

Home › Kritiek › Performatieve spraakdaad

Performatieve spraakdaad: woordmagie als geloofsbelijdenis

"I declare myself a woman" is geen biologie maar woordmagie. Judith Butler stelde dat gender performatief is — voortdurend opgevoerd. Hedendaagse activisten claimen tegelijk dat gender een onveranderlijke essentie is. Beide kan niet, en op deze incoherentie rusten medische ingrepen, juridische zelf-id en het wegvegen van de categorie vrouw.

Butlers oorspronkelijke these

In Gender Trouble (1990) leende Judith Butler J.L. Austins notie van performatieve spraakdaden ("ik beloof", "ik doop dit schip"). Butler stelde dat gender geen uitdrukking is van een innerlijke essentie, maar door herhaalde handelingen wordt geconstitueerd: "There is no gender identity behind the expressions of gender". Gender is wat je doet, niet wat je bent.

De interne contradictie van het activisme

Het hedendaagse trans-activisme erft Butlers woord "performativiteit" maar omarmt het tegenovergestelde idee: dat er wél een innerlijke, onveranderlijke genderidentiteit bestaat los van handelen. De claim "ik ben altijd al een vrouw geweest, ook voor mijn transitie" is precies wat Butler ontkende. Het activisme staat op twee onverenigbare benen: anti-essentialistisch theoretisch fundament, essentialistische politieke claim. Zie essentialisme versus constructionisme.

Woordmagie kan geen lichaam veranderen

De spraakdaad "ik verklaar mijzelf X" werkt alleen waar conventies dat toestaan — een rechter spreekt twee mensen tot echtgenoten, een kapitein doopt een schip. Niemand kan zichzelf met woorden in een ander biologisch geslacht spreken. De gameten veranderen niet, het skelet niet, de chromosomen niet. Wat de spraakdaad in werkelijkheid doet is omstanders dwingen mee te spelen — taalpolitie als instrument. Wie weigert wordt als hater weggezet en monddood gemaakt.

Problemen met de these zelf

Ook Butlers oorspronkelijke positie is kwetsbaar. Performativiteit verklaart niet hoe genderidentiteit gedeeld kan zijn (hoe wéten we welke rol we opvoeren?), waarom mensen er dysforie over kunnen hebben vóór ze de rol oppakken, en hoe het verschilt van rolgedrag zonder identiteitsclaim. Martha Nussbaum sloopte de positie in "The Professor of Parody" (1999); Susan Bordo wees op de ontkenning van het lichaam. Zie ook sociaal constructionisme en taalanalyse.

De politieke functie van de incoherentie

Het tegelijk gebruiken van anti-essentialisme (om biologisch geslacht te ondergraven) en essentialisme (om innerlijke genderidentiteit te claimen) is wat Kathleen Stock "double-talk" noemt. Het functioneert retorisch, niet logisch: wie critici tegenkomt op het ene been springt naar het andere. Op die incoherente basis worden puberteitsblokkers en mastectomieën bij gezonde meisjes verdedigd, terwijl detransitioners de schade dragen. Butler heeft zelf — ondanks haar theorie — minderjarige medische transitie publiekelijk gesteund.

Bronnen

  1. Butler J. (1990). Gender Trouble. Routledge.
  2. Nussbaum M. (1999). The Professor of Parody. The New Republic.
  3. Stock K. (2021). Material Girls. Fleet.
  4. Lawford-Smith H. (2022). Gender-Critical Feminism. OUP.

Zie ook